Wednesday, 20 November 2019

Anorexia nervosa

Anorexia is een eetstoornis. Mensen met deze ernstige psychiatrische aandoening hebben een verstoord lichaamsbeeld, waarbij je je dik voelt terwijl je in werkelijkheid te mager bent. De ziekte komt vooral voor bij jonge vrouwen en meisjes. Wat zijn de oorzaken van anorexia en waaruit bestaat de behandeling?

Wat is anorexia?

Iemand met anorexia weegt te weinig voor zijn of haar lengte maar voelt zichzelf te dik. Je gaat daarom weinig eten, extreem veel bewegen en sporten, braken en/of laxeermiddelen gebruiken om af te vallen. Dit schadelijke gedrag geeft een gevoel van controle en is voor sommige mensen een manier om om te gaan met een probleem of lastige emotie. Als je anorexia hebt, heb je meestal niet door dat je een probleem hebt, zeker niet in het begin. Vaak is het de omgeving die als eerste aan de bel trekt.

Er zijn twee vormen van deze eetstoornis:

  • Restrictief type: weinig, niet of heel selectief eten om af te vallen, vaak in combinatie met extreem veel sporten en bewegen
  • Purgerend type: weinig of selectief eten, met daarnaast eetbuien die je compenseert door over te geven of door laxeermiddelen te gebruiken

Oorzaken

De precieze oorzaak voor anorexia is niet bekend. Verschillende factoren verhogen het risico op deze eetstoornis, zoals erfelijke aanleg, persoonlijkheid en omgevingsfactoren.

Symptomen

Het belangrijkste kenmerk van anorexia is een verstoord lichaamsbeeld: je ziet jezelf als te dik en bent bang om aan te komen, terwijl je eigenlijk te mager bent. Daardoor ga je te weinig of heel selectief eten, in combinatie met te veel sporten en bewegen. Mensen met de purgerende vorm van anorexia hebben daarnaast eetbuien, die ze proberen te compenseren door overgeven en/of het gebruik van laxeermiddelen.

De lichamelijke symptomen van anorexia zijn:

  • gewichtsverlies
  • vermoeidheid
  • lusteloosheid
  • het snel koud hebben
  • bleek zien
  • duizeligheid en flauwvallen
  • haaruitval
  • donzige beharing op je buik, rug en armen
  • droge huid
  • afwezigheid van de menstruatie
  • onvruchtbaarheid
  • obstipatie
  • verminderde groei
  • broze botten (osteoporose)
  • hart- en vaatziekten
  • maagproblemen
  • nierziekten

De psychische symptomen zijn:

  • extreme angst om dik te worden of aan te komen
  • verstoord lichaamsbeeld
  • dwangmatig bezig zijn met voeding en beweging
  • negatief beeld van jezelf
  • onzekerheid, twijfelen aan jezelf
  • controle hebben over je gewicht vergroot je gevoel van controle en zelfvertrouwen
  • sombere of depressieve gevoelens
  • geen plezier hebben in leuke dingen
  • concentratieproblemen en geheugenstoornissen
  • moeite met het maken van keuzes

Mensen met anorexia proberen hun gedrag vaak geheim te houden. Vaak zie je de eetstoornis zelf niet als een probleem. Je omgeving trekt dan als eerste aan de bel. Dit kan leiden tot ruzies en terugtrekken.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Denk je dat jij anorexia hebt? Ga dan naar je huisarts. Wacht er niet te lang mee. Hoe eerder je hulp krijgt, des te beter is deze ziekte te behandelen.

Je huisarts stelt je vragen, bijvoorbeeld:

  • hoeveel en hoe vaak je eet
  • of je eetbuien hebt
  • of je overgeeft
  • hoeveel je sport en beweegt
  • of je lichamelijke of psychische klachten hebt
  • hoe je over jezelf en over je lichaam denkt
  • of je medicijnen (inclusief laxeermiddelen) gebruikt

Je huisarts doet ook lichamelijk onderzoek. Je lengte en gewicht bepalen horen hier standaard bij, net als het meten van je bloeddruk en hartslag. Indien nodig laat je huisarts ook je bloed en urine onderzoeken. Soms adviseert hij of zij om een hartfilmpje (elektrocardiogram, afgekort ECG) te laten maken. Soms kan dit bij de huisartsenpraktijk zelf, soms moet je daarvoor naar het ziekenhuis.

Als je huisarts de diagnose anorexia heeft gesteld, verwijst hij of zij je naar een kinderarts, (kinder)psychiater of een instelling die gespecialiseerd is in de behandeling van eetstoornissen.

Risicofactoren

Verschillende factoren verhogen het risico op anorexia, waaronder het voorkomen van eetstoornissen in de familie. Omgevingsfactoren die het risico op een eetstoornis verhogen zijn vervelende gebeurtenissen (trauma) op jonge leeftijd en overdreven veel nadruk op uiterlijk en gewicht in de omgeving waarin je opgroeit.

Psychische eigenschappen die de kans op anorexia vergroten zijn onder andere:

  • negatief zelfbeeld
  • onzekerheid, weinig zelfvertrouwen
  • perfectionisme
  • angst voor afwijzing
  • te veel aan de wensen van anderen voldoen
  • moeite met het uiten van emoties
  • sombere en depressieve gevoelens

Behandeling

De behandeling van anorexia is gericht op verschillende vlakken: lichamelijk, psychisch en sociaal herstel. Het is belangrijk dat je een goede klik hebt met de behandelaars en je veilig voelt. Je beslist namelijk samen welke behandelingen voor jou geschikt zijn. Wanneer je minderjarig bent, worden je ouders ook betrokken bij de behandeling.

In het begin is het vooral belangrijk dat je weer normaal gaat eten, zodat je lichaam kan herstellen. Een psycholoog, arts en diëtist kunnen je hierbij helpen. Je leert om te gaan met je angst voor eten en leert schadelijk gedrag als overgeven en overdreven veel bewegen af. Soms adviseert je arts of diëtist om bepaalde voedingsmiddelen of vitamines te gebruiken om tekorten aan te vullen.

Wanneer je eenmaal lichamelijk hersteld bent, is het belangrijk dat je psychische problemen behandeld worden. Een psycholoog of psychiater helpt je om te onderzoeken welke oorzaken jouw eetstoornis heeft en leert je hoe je hier mee om kunt gaan. Voorbeelden van onderwerpen die aan bod kunnen komen zijn: onzekerheid, een negatief zelfbeeld, moeite met het omgaan met spanning en onaangename emoties, perfectionisme en controledwang. Andere therapieën die kunnen helpen zijn groepstherapie, waarbij je samen met lotgenoten begeleid wordt, of vaktherapie (bijvoorbeeld bewegingstherapie).

Soms is het nodig dat je in het ziekenhuis wordt opgenomen voor een intensieve behandeling. Anorexia is een ernstige ziekte en door te weinig te eten kunnen je organen, zoals je hart, nieren en darmen, beschadigd raken. Bij ernstige schade aan je nieren kan het nodig zijn dat je (tijdelijk) nierdialyse krijgt, waarbij een apparaat de functie van je nieren overneemt. Bij ernstig ondergewicht kun je sondevoeding krijgen, om op een verantwoorde manier aan te komen.

Prognose

Met de juiste behandeling komt veertig tot zestig procent van de mensen met een eetstoornis van zijn of haar klachten af. Ongeveer een op de drie patiënten houdt klachten, maar deze worden wel minder.