zondag, 22 september 2019

Onvoldoende gewichtstoename, failure to thrive

Onvoldoende gewichtstoename staat centraal bij het begrip failure to thrive. Eigenlijk wordt er ook mee bedoeld dat een kind niet goed gedijt. Zowel op lichamelijk als op emotioneel niveau loopt het kind achterop.De oorzaken zijn erg uitgebreid. Met name gaat het echter om oorzaken op het gebied van het maag-darmkanaal, waarbij een combinatie voorkomt met emotionele problemen. Wat dit laatste betreft kan worden gedacht aan emotionele verwaarlozing, angst- of depressie problematiek.

Er wordt bij failure to thrive of een onvoldoende gewichtstoename vooral gedacht aan jonge kinderen in de zuigelingen- of peuterleeftijd. Het proces van onvoldoende gewichtstoename verloopt langzaam, waardoor het niet zo opvallend is voor ouders of verzorgers. Dit eigenlijk in tegenstelling tot de toestand van tamelijk plotseling gewichtsverlies bij een kind dat tevoren goed groeide.

Oorzaken

De oorzaken voor een toestand van niet goed gedijen van een jong kind zijn vaak met elkaar verstrengeld. Voorop staat de onvoldoende gewichtstoename in combinatie met verminderde groei.

Oorzaken vanuit het maagdarmkanaal:

  • Onvoldoende inname van voeding door een eetstoornis of door het krijgen van onvoldoende voeding. Bij dit laatste kan gedacht worden aan de soms voorkomende zogenoemde stille ondervoeding. Dit doet zich voor bij borstgevoede kinderen. Zij laten soms een vrijwel stilstaand gewicht zien zonder dat zij hiertegen door te huilen protesteren.
  • Glutenovergevoeligheid of coeliakie. Hierbij is er vanaf het moment dat tarweproducten worden gegeven, vanaf ongeveer een half jaar, sprake van een stagnerende gewichtstoename met een afvlakkende gewichtslijn.
  • Voedselallergie kan indien onbehandeld, aanleiding geven tot onvoldoende gewichtstoename bij een zuigeling.
  • Terugloop van voeding vanuit de maag naar de slokdarm, gastro-oesofageale reflux, leidt tot gewichtsverlies, door braken of door een ontsteking van het laatste deel van de slokdarm. Dit veroorzaakt pijn, waardoor er minder wordt gegeten of gedronken dan noodzakelijk is voor een voldoende groei.
  • Infectieuze darmziekten, zoals de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa gaan gepaard met verminderde eetlust en verlies van voedingsstoffen met de ontlasting. Ook veroorzaakt de chronische infectie een verminderde algemene toestand. Kinderen met een dergelijke chronische darmziekte hebben ook vaak een verminderde lengtegroei. Dit is te zien bij de ziekte van Crohn, waarbij de typische klachten van de ziekte vaak tijden vooraf worden gegaan door vage buikpijn en een niet wel bevinden, zonder duidelijke oorzaak.
  • Kinderen met cystic fibrosis hebben door onvoldoende verteringssappen in het maagdarmkanaal verlies van veel voedingsbestanddelen, waaronder vetten. Dit leidt tot ondervoeding. Omdat zich ook veelal op heel jonge leeftijd luchtweginfecties gaan voordoen, neemt het gewicht niet meer toe. Ook de lengtegroei is op den duur erbij betrokken, maar bij behandelde kinderen verloopt dat minder opvallend.

Er zijn voorts zeldzame aandoeningen van het maag-darmsysteem waarbij er ook onvoldoende gewichtstoename kan zijn zoals bij aangeboren afwijkingen van de galwegen.

Oorzaken vanuit andere organen

De aanwezigheid van chronische ziekten in het algemeen kan aanleiding geven tot een onvoldoende gewichtstoename. daarbij kan worden gedacht aan chronische longziekten, nierziekten, infecties et cetera. Kinderen met neurologische afwijkingen, zoals bijvoorbeeld spasticiteit vertonen in de meeste gevallen een veel te laag gewicht voor hun leeftijd.

Emotionele oorzaken

Wanneer lichamelijke oorzaken zijn uitgesloten moet ook aandacht worden geschonken aan emotionele factoren bij kinderen die slecht groeien. Verwaarlozing door de verzorgende ouder(s) kan net als mishandeling tot een groeiachterstand leiden. Kinderen met angsstoornissen, depressie of andere kinderpsychiatrische problemen kunnen onvoldoende goed gedijen.

Onderzoeken

Zeker bij jonge kinderen is het altijd belangrijk om zoveel mogelijk in een vroege fase te herkennen wat er mis is. Hiervoor wordt er na een uitgebreide navraag over de groei en ontwikkeling van het kind bij de ouders en een uitgebreid lichamelijk onderzoek ook laboratoriumonderzoek gedaan. Behalve bloedonderzoek wordt er ook urine en ontlating onderzocht. In de ontlasting wordt er gekeken aar de hoeveelheid vet, de aanwezigheid van parasieten et cetera.

Behandeling

De behandeling is geheel afhankelijk van wat er wordt gevonden. Juist omdat de oorzaken zo divers zijn is er daarvoor geen algemene uitspraak te geven.

Veelgestelde vragen

Moet ik mij zorgen maken als mijn baby te weinig in gewicht aankomt?

Antwoord: Er moet bij een duidelijk te geringe gewichtstoename altijd naar een oorzaak worden gezocht. Bedenk dat het meestal om eenvoudige oorzaken gaat, zoals onvoldoende inname van voeding. De andere oorzaken komen allemaal veel minder voor maar moeten wel uitgesloten worden.

Is het gewicht het enige waarnaar wordt gekeken?

Antwoord: Er wordt nooit alleen naar een gewicht gekeken, maar altijd naar het hele kind. Zo is het van belang hoe de conditie is en of er aanwijzingen zijn dat het kind het niet goed maakt. Een baby met een Hindoestaanse achtergrond is vaak wat slanker gebouwd en daardoor lichter dan het gemiddelde kind. Zoiets moet bij de beoordeling wel worden meegenomen.

De gewichtstoename in het eerste jaar is vergeleken met de jaren die daarna komen erg fors. Een baby groeit meestal van rond de 3,5 kg bij de geboorte naar ruim 10 kg. In het tweede jaar is de groei nog maar ruim 2 kg. Dat is het normale beloop en is dus geen uiting van een onvoldoende gewichtstoename.