woensdag, 18 september 2019

Ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson is een hersenaandoening die geleidelijk aan erger wordt. Hierbij is de aanmaak van de neurotransmitter dopamine verstoord. Deze is verantwoordelijk voor het aansturen van de spieren. Patiënten met de ziekte van Parkinson hebben daardoor moeite met bewegen en gaan trillen. De ziekte is (nog) niet te genezen, maar er zijn wel medicijnen en behandelingen om de symptomen te verminderen.

Wat is de ziekte van Parkinson?

De ziekte van Parkinson is een zogenaamde progressieve hersenaandoening. De klachten ontstaan geleidelijk en nemen na verloop van tijd steeds verder toe. Deze ziekte is echter behoorlijk complex en verloopt bij iedere patiënt anders. De ziekte van Parkinson ontstaat door een verstoring in de aanmaak van de neurotransmitter dopamine in de hersenen. De hersencellen die hiervoor verantwoordelijk zijn, sterven steeds verder af. Patiënten krijgen daardoor moeite met het aansturen van hun spieren. Dat heeft veel verschillende gevolgen, maar de meest voorkomende zijn vermoeidheid en zwakte, trillende of haperende lichaamsdelen en motorische problemen, bijvoorbeeld bij het schrijven. Deze problemen zullen op den duur verergeren en steeds meer dagelijkse handelingen moeilijker maken.

Deze hersenaandoening komt bij aardig wat mensen voor: volgens de Hersenstichting waren er in 2016 maar liefst 49.300 Parkinson-patiënten geregistreerd bij huisartsen. De ziekte komt het meeste voor bij ouderen en begint vaak tussen het 50e en 70e levensjaar. Maar ook op jongere leeftijd kan de ziekte voorkomen. Zo'n 10 procent van de patiënten is jonger dan 40 jaar. Volgens het Parkinsonfonds is er de laatste jaren sprake van een stijging in het aantal jongere Parkinson-patiënten. In zeldzame gevallen komt de ziekte bij kinderen en jongeren voor. Men spreekt dan van juveniele Parkinson.

Momenteel is de ziekte van Parkinson niet te genezen. Wel zijn er medicijnen die de klachten kunnen verminderen.

Oorzaken van de ziekte van Parkinson

De oorzaak van de ziekte van Parkinson ligt in het afsterven van hersencellen die de neurotransmitter dopamine produceren. Hoe dit komt, is op dit moment nog niet bekend. Dopamine draagt bij aan het aansturen van de spierbewegingen. De afname ervan zorgt daardoor voor trager en moeizamer bewegen, maar ook voor vermoeidheid en beven.

Het is moeilijk vast te stellen of Parkinson erfelijk is of niet, omdat de oorzaak van de verstoring in de dopamine-aanmaak niet bekend is. Bij minder dan 10 procent van de patiënten komt de ziekte echter bij meerdere familieleden voor. Daardoor denkt men dat er soms een erfelijke factor kan meespelen, zoals een fout in het DNA.

Symptomen ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson uit zich bij iedere patiënt anders, maar veel voorkomende symptomen zijn:

  • trillen
  • verstijving van de spieren
  • vertraging in de bewegingen
  • schuifelend en/of wankelend lopen
  • evenwichtsstoornissen en duizeligheid
  • problemen met preciezere handelingen, zoals schrijven, kleding dichtknopen of veters strikken
  • steeds minder duidelijke gezichtsuitdrukkingen
  • zachter en onduidelijker spreken
  • moeite met slikken en soms kwijlen
  • slecht of niet meer kunnen ruiken
  • vermoeidheid en eventueel vergeetachtigheid
  • moeite met de stoelgang
  • slaapstoornissen

Vaak zijn de eerste tekenen van de ziekte van Parkinson vermoeidheid, beven en trager bewegen. Dit wordt steeds erger en eventueel kunnen andere van de bovengenoemde klachten na verloop van tijd ook optreden.

Bij patiënten die op jonge leeftijd de ziekte van Parkinson krijgen, kunnen de symptomen wat anders zijn. Zij hebben vaak wel moeite met bewegen of overactieve spieren, maar blijven mentaal langer gezond. Ook ontwikkelt de ziekte zich vaak langzamer bij hen dan bij oudere patiënten, al verschilt dit per persoon.

Hoe wordt de diagnose ziekte van Parkinson gesteld?

Herken je de symptomen van de ziekte van Parkinson bij jezelf of iemand in je omgeving? Maak dan eerst een afspraak met de huisarts. Deze kan op basis van je klachten je vermoeden bevestigen of er mogelijk een andere oorzaak voor vinden. Vermoedt de huisarts dat het misschien om deze ziekte gaat, dan moet er meestal een MRI-scan gemaakt worden in het ziekenhuis. Daarmee kunnen andere, vergelijkbare aandoeningen worden uitgesloten. Deze scan kan nog niet aantonen dat het daadwerkelijk om de ziekte van Parkinson gaat. Daarvoor is een DaT-scan nodig. Die kan namelijk een dopaminetekort zichtbaar maken.

Risicofactoren / -groepen

De ziekte van Parkinson begint vaak pas op latere leeftijd, namelijk tussen de 50 en 70 jaar oud. In zo'n 10 procent van de gevallen dienen de eerste verschijnselen zich al op jongere leeftijd aan. Bij zulke zogenaamde 'vroege Parkinson' kan er een erfelijke factor meespelen. Dan komt de ziekte bij meerdere personen in de familie voor.

Behandeling van de ziekte van Parkinson

De ziekte van Parkinson genezen is momenteel nog niet mogelijk. Heb je de diagnose Parkinson gekregen, dan kom je wel in aanmerking voor verschillende soorten behandelingen die je klachten kunnen beperken. Je zult waarschijnlijk het meeste baat hebben bij een combinatie van voldoende beweging (meestal met ondersteuning van een fysiotherapeut), medicatie en gezonde voeding.

Heb je problemen met spreken, dan kan een logopedist je helpen om deze te verminderen. Een ergotherapeut kan je de ondersteuning bieden die je nodig hebt om zo lang mogelijk zelfstandig te functioneren in je dagelijks leven.

Bovendien zijn er verschillende medicijnen die de symptomen van de ziekte kunnen verminderen, omdat ze het tekort aan dopamine aanvullen of compenseren. Levodopa (ook wel dopa genoemd) vermindert stijve spieren en helpt je soepeler te bewegen. Andere medicatie die wel wordt gebruikt bij de ziekte van Parkinson zijn dopamine-agonisten, anti-cholinergica en selegeline. In een vergevorderd stadium van de ziekte moet de medicatie soms continu worden toegediend via een pomp.

Als de medicatie onvoldoende effect heeft of voor teveel bijwerkingen zorgt, is een hersenoperatie soms een manier om de symptomen te beteugelen. Maar dit voorkomt niet dat de ziekte na verloop van tijd verergert, omdat het een progressieve aandoening is. Vaak heb je ook na een operatie nog medicijnen nodig. Deep Brain Stimulation (DBS) is een techniek die regelmatig wordt gebruikt bij Parkinson-patiënten. De chirurg plaatst dan elektroden diep in je hersenen, die aangesloten zijn op een inwendige stimulator. Deze kan gericht bepaalde symptomen onderdrukken. Deze methode is niet geschikt voor iedere patiënt.

Prognose

Doordat de ziekte van Parkinson een progressieve aandoening is, zal deze in de loop der tijd verergeren, ook als je medicatie gebruikt of een operatie ondergaat. Daardoor kun je steeds minder zelfstandig functioneren. Door een combinatie van voldoende lichaamsbeweging, oefentherapieën, gezonde voeding, medicatie en eventueel een operatie kun je wel beter leren leven met de ziekte.