zaterdag, 22 februari 2020

5 vragen over... ADHD en medicijngebruik

EEG laat zien welke behandeling zal helpen

Kinderen en volwassenen die de diagnose ADHD krijgen, krijgen in eerste instantie vaak gedragstherapie om ze te leren omgaan met hun aandoening. Al dan niet in combinatie met medicijnen als methylfenidaat (bijvoorbeeld ritalin) of dexamfetamine. Maar niet bij alle ADHD'ers hebben medicijnen effect. Helaas weten ze dit pas als ze de medicijnen nemen. Maar goed nieuws voor mensen met ADHD: in de nabije toekomst kan hersenonderzoek duidelijk maken of en welke medicijnen voor adhd zullen aanslaan.

Gezondheidsnet stelt vijf vragen aan Martijn Arns. Hij is gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht op het onderzoek 'Personalized medicine in ADHD and depression'.

1. Wat heeft u precies onderzocht?

In ons onderzoek hebben we onderzocht of er op basis van hersenactiviteit (in dit geval de elektrische hersenactiviteit ofwel het EEG) verschillen te vinden zijn tussen patiënten die wel of niet reageren op een behandeling zoals antidepressiva, rTMS, methylfenidaat of neurofeedback om op basis daarvan te kunnen voorspellen wie wel en wie niet op een bepaalde behandeling zal reageren.

2. Is het in de toekomst dan ook mogelijk om op een EEG te zien of iemand ADHD heeft?

Nee, een diagnose stellen op basis van het EEG is niet mogelijk. Dit kan alleen bij epilepsie of bij slaapproblemen. De reden hiervoor is dat de definities 'ADHD' en 'depressie' alleen gedrag omvatten. Daarom zal de diagnose altijd gesteld worden op basis van gedrag. Een belangrijke vraag voor de toekomst is of dit wel nuttig is. Het zou fijn zijn als een 'diagnose' voorspellende waarde heeft voor de juiste behandeling, op dit moment is dat niet zo. Vandaar dat de mogelijkheden voor het EEG eerder liggen bij het kunnen voorspellen wat de juiste behandeling is.

3. Waarom hebben bij de ene ADHD'er medicijnen wel effect en bij anderen niet?

Op dit moment is nog onvoldoende bekend om die vraag exact te kunnen beantwoorden. Er lijken echter een aantal subgroepen van ADHD'ers te zijn. De grootste groep (50-75 procent) wordt gekenmerkt door een EEG met teveel 'trage' activiteit kenmerkend voor een verlaagd alertheidsniveau. Iedereen laat deze activiteit zien aan het eind van de dag als we vermoeid zijn. Kinderen met ADHD laten dit de gehele dag zien. Dit verklaart ook waarom psychostimulantia zoals methylfenidaat werken door kinderen 'alerter' te maken. De oorzaak van de problemen bij deze sub-groep worden verondersteld voort te komen uit subtiele slaapproblemen zoals bijvoorbeeld een verschoven slaap-waakritme waardoor kinderen later in slaap vallen. Ook kan slaapapneu of Restless Legs Syndrome in sommige gevallen een oorzaak zijn. Behandeling bij deze sub-groep zou zich dus meer op de slaapproblemen moeten richten. Behandelingen zoals melatonine en neurofeedback zijn in dit opzicht veelbelovend. In het geval van ernstigere slaapproblemen zoals slaapapneu of Restless Legs Syndrome is verder onderzoek bij een slaapkliniek nodig.

4. En u vond ook een sub-groep die helemaal niet op behandeling reageerde?

Ja, een belangrijke andere sub-groep laat een zogenaamde 'vertraagde alfa piek frequentie' zien. Deze mensen blijken op geen enkele behandeling te reageren. Deze hebben we gevonden bij zowel ADHD en depressie. Deze maat (ook wel biomarker genoemd) kan wel gebruikt worden om nieuwe behandelingen voor deze subgroep te ontwikkelen.

5. Wat zal er veranderen en welke voordelen heeft dit voor ADHD'ers?

Doordat we meer inzicht krijgen in welke subgroepen wel en niet reageren op verschillende behandelingen krijgen we ook meer inzicht in de oorzaak van de symptomen van ADHD. Zoals in het voorbeeld hierboven kan dit leiden tot een andere invalshoek waardoor nieuwe behandelingen verder ontwikkeld worden die directer ingrijpen in de onderliggende oorzaak zoals bijvoorbeeld de slaapproblemen. Verder kunnen maten die op dit moment voorspellen dat iemand niet gaat reageren ook verder gebruikt om een nieuwe behandeling te ontwikkelen voor die sub-groepen.