zondag, 22 september 2019

Alternatieven voor de pil

Pessarium, spiraaltje en NFP

Iedereen kent wel de pil en het condoom. Maar er zijn nog andere anticonceptiemiddelen en -methodes. Het pessarium en het spiraaltje bijvoorbeeld. Maar ook Natural Family Planning (NFP).

Pessarium en zaaddodend middel

Een pessarium is een rubberen koepeltje dat rust op een dikkere rand. In die rand zit een elastiek, die zorgt voor stevigheid en soepelheid. Je moet het pessarium vóór het vrijen voor de baarmoederhalsmond in de vagina plaatsen.

Een pessarium moet je gebruiken in combinatie met een zaaddodend middel. Breng je het meer dan twee uur vooraf in, dan moet je het zaaddodend middel wel pas vlak voor de seks aanbrengen. Na het vrijen moet het pessarium minstens 8 uur in de vagina blijven zitten.

Het zaaddodend middel heeft die tijd nodig om de zaadcellen buiten werking te stellen. Vrij je binnen die tijd opnieuw, dan moet je nog wat zaaddodend middel in de vagina aanbrengen.

Sommige vrouwen vinden het inbrengen van het pessarium een hele klus. Hoe meer ervaring je hebt met het gebruik van dit voorbehoedsmiddel, hoe betrouwbaarder het is. Toch wordt 3 tot 5 procent vrouwen ondanks het pessarium zwanger.

Als je allergisch bent voor rubber of zaaddodende middelen is een pessarium ongeschikt. Verder is het zaak niet te vergeten dat je er een draagt, om vervelende ontstekingen te voorkomen.


Slijtage

Een pessarium is relatief goedkoop. Je kan het één tot twee jaar gebruiken. Wel moet je het regelmatig controleren op slijtage. Je kunt het pessarium bijvoorbeeld tegen het licht houden om te kijken of er geen dunne plekjes in zitten.

Een pessarium is in verschillende maten verkrijgbaar, variërend van 6 tot 11,5 cm. De huisarts doet een inwendig onderzoek om jouw maat te bepalen.

Opletten

Denk eraan dat een pessarium niet beschermt tegen geslachtsziekten. Vaginale zetpillen kunnen bovendien het rubber van het pessarium aantasten. Verzorg het pessarium volgens de gebruiksaanwijzing. Poeder het na het wassen met bijvoorbeeld maïzena of aardappelmeel.

Spiraaltje

Een spiraaltje lijkt op een ankertje. Het is gemaakt van koperdraad in een plastic omhulsel, dat in de baarmoeder geplaatst wordt. Het spiraaltje voorkomt dat een bevruchte eicel zich kan innestelen. Bovendien werkt het koper rechtstreeks in op de eicel, zodat deze verloren gaat. De meeste spiralen hebben aan het uiteinde één of twee nylondraadjes.

Inbrengen gaat het makkelijkst tijdens de menstruatie, want dan staat de baarmoederhals een beetje open. De huisarts brengt het spiraal in de baarmoederhals via een dun buisje. In de baarmoeder neemt het vervormde spiraaltje opnieuw zijn oorspronkelijke vorm aan. Het nylondraadje hangt uit de baarmoederhals in de vagina.

Kans op uitstoting

Tijdens de eerste weken van het dragen van het spiraaltje is de kans op uitstoting groot. Je kan eventueel zelf regelmatig (liefst na de menstruatie) met je vinger controleren of je het draadje nog in de vagina voelt zitten. De eerste dagen na het plaatsen van het spiraaltje voelen vrouwen vaak krampen in de buik en rugpijn, een typische menstruatiepijn.

De baarmoeder beschouwt het spiraaltje nog als een indringer en reageert hierop met pijnlijke samentrekkingen. Inbrengen is vaak wat pijnlijker wanneer je nog geen kinderen hebt gekregen. Overigens kunnen ook de eerste menstruaties na het inbrengen wat heviger zijn.

Risico's

Vrouwen met meerdere seksuele partners hebben een grotere kans op een geslachtsziekte. Als ze een spiraal hebben, is de kans op een opstijgende ontsteking groter. Vrouwen met een spiraaltje hebben bij een ontsteking in de onderbuik ook een grotere kans op schade aan de inwendige geslachtsorganen (eileiders, eierstok, baarmoeder).

Betrouwbaarheid

Het spiraaltje is na de pil het betrouwbaarste voorbehoedsmiddel (één of twee op de honderd vrouwen wordt zwanger na één jaar gebruik). De eerste maanden is het wel minder betrouwbaar, omdat het in die periode soms uitgestoten wordt.

Nadien bestaat nog steeds een kleine kans op zwangerschap, ook al zit het spiraaltje goed. Een condoom of zaaddodend middel kan de betrouwbaarheid verhogen. Een spiraal kan drie tot vijf jaar blijven zitten.

Natural Family Planning

NFP (natuurlijk omgaan met vruchtbaarheid) werkt met een vorm van periodieke onthouding. Het is gebaseerd op drie veranderingen in het vrouwelijk lichaam tijdens de cyclus: de lichaamstemperatuur, het vaginale slijm en de baarmoedermond.

In de vruchtbare periode lijkt het baarmoederhalsslijm op rauw eiwit. De baarmoedermond is dan zacht en open, en ligt hoger dan normaal. Tegen het einde van de vruchtbare periode stijgt bovendien de lichaamstemperatuur. Deze blijft meestal hoger tot aan de volgende menstruatie.

Met de dubbele controle van slijm en temperatuur of temperatuur en baarmoedermond kun je je vruchtbare periode vaststellen. Als je niet zwanger wilt worden, kun je ervoor kiezen om geen seks te hebben tijdens je vruchtbare periode of een barrièremiddel te gebruiken, zoals condooms.

Iedere vrouw heeft haar eigen cycluspatroon. Ook al ben je nog zo onregelmatig ongesteld, er zit altijd een regelmaat in. Is er juist een kinderwens, dan herken je vaak eerder je vruchtbare periode.

Betrouwbaarheid

De betrouwbaarheid van anticonceptiemethoden wordt uitgedrukt in de Pearl Index (PI). NFP heeft een Pearl Index van 0,4. Dit staat gelijk aan de betrouwbaarheid van een spiraaltje.

Om de methode goed aan te leren, wordt wel aanbevolen de basiscursus te volgen. Alleen zo kan de hoge betrouwbaarheid behaald worden. NFP is met name geschikt voor stabiele relaties.

Dit artikel is gecontroleerd door Margreet Boender, NFP consulente.