zondag, 9 mei 2021

Geluidsoverlast op kantoor veroorzaakt klachten

Omgevingsgeluid is een van de grootste ergernissen in open kantoorruimtes en kantoortuinen. Dit blijkt uit onderzoek van een oog- en hoorspecialist.

Meer dan de helft van de werknemers met een kantoorbaan, werkt in een open ruimte met gemiddeld 18 collega’s. Zij ervaren veel geluidsoverlast. Zij storen zich aan het geklets van collega’s, harde ringtones en luidruchtige telefoongesprekken. Op korte termijn krijgen deze werknemers te maken met concentratieproblemen en stress. Op lange termijn leidt het tot frustratie, een onrustig gevoel, vermoeidheid en hoofdpijn.

Onvoldoende maatregelen

Toch zijn er maar weinig werkgevers (10 procent) die zich bezighouden met een goede akoestiek op de werkvloer. Dit terwijl ruim de helft van de werknemers (55 procent) de geluidshinder weleens heeft aangekaart. Bij slechts 29 procent van de gevallen worden er voldoende maatregelen getroffen.

Uit het onderzoek blijkt dat het verbeteren van de akoestiek op kantoor leidt tot betere concentratie en ontstaan van een fijnere werkplek. 59 procent van de werknemers geeft aan minder fouten te maken en productiever te zijn. Slim gebruik maken van stoffering en voldoende afgeschermde belruimtes kunnen al een enorm verschil maken. Andere maatregelen die werknemers kunnen nemen is een koptelefoon opzetten met muziek of (indien mogelijk) thuis werken. 

Ondergeschoven kindje

Jeroen Megens, specialist bouwakoestiek, erkent het probleem: “Een gezonde werkomgeving is een steeds belangrijker onderwerp voor bedrijven. Akoestiek is hierbij echter vaak een ondergeschoven kindje. Het is ongrijpbaar en vergt specialistische kennis. Daarnaast zijn de verschillen tussen kantoren en werkplekken groot, waardoor niet één geschikte oplossing is. Ook is niet iedere organisatie even geschikt voor het werken in een open kantooromgeving. Er moet vooraf goed naar het type organisatie worden gekeken en daarop moet de akoestiek van het kantoor worden afgestemd om zo de geluidshinder tot een minimum te beperken.”

 

Bron(nen):
  • Specsavers