dinsdag, 22 oktober 2019

Amblyopie: een lui oog

Slecht zien aan één kant

Kinderen met amblyopie kijken maar met één oog. Het andere oog gebruiken ze in mindere mate of helemaal niet en daarom noemen we dat een 'lui' oog. Eigenlijk mankeert zo’n lui oog zelf niets, maar er gaat iets mis in de verbinding met de hersenen. Hoe ontstaat een lui oog en hoe kun je het behandelen?

Om scherp te kunnen zien, heb je natuurlijk je ogen nodig, maar ook je hersenen. Licht valt via de ogen op het netvlies. Deze lichtgevoelige laag zet het licht om in signalen die doorgestuurd worden naar de hersenen. Je hersenen verwerken deze signalen, waardoor je een beeld ziet. Het gezichtsvermogen van een baby ontwikkelt zich snel onder invloed van alle visuele informatie die hij te zien krijgt. Deze ontwikkeling gaat nog door tot ongeveer het 10e levensjaar, daarna verbetert het zicht zich niet meer.

Bij ongeveer 4 procent van de kinderen ontwikkelt het gezichtsvermogen van het ene oog zich minder goed dan het andere. De hersenen geven minder aandacht aan het beeld dat via dat oog binnenkomt of schakelen dat beeld helemaal uit. Er is geen afwijking te zien aan het oog zelf. Ook kun je het slechtere oog niet scherper laten zien met een bril of lenzen. Omdat de hersenen zich steeds meer concentreren op het goede oog, gaan kinderen met hun andere oog steeds minder zien, zodat het 'lui' wordt. Na verloop van tijd kijken ze nog maar met één oog. Dit noemen we amblyopie.

Oorzaken

Als kinderen scheel kijken, staan de ogen niet op hetzelfde punt gericht, waardoor ze alles dubbel zien. De hersenen willen dat voorkomen en schakelen daarom het beeld van één oog uit. Dit oog verleert het kijken en wordt lui.

Sommige kinderen worden geboren met één oog dat minder scherp ziet. Zij hebben een brilsterkteafwijking. De hersenen verdringen het wazige beeld, waardoor het minder goede oog niet meer gebruikt wordt. Er zijn ook oogziekten die een lui oog veroorzaken, zoals een troebeling van de ooglens of het hoornvlies.

Erfelijk

Jonge kinderen hebben zelf meestal niet door dat ze met één oog minder goed zien. Soms valt op dat de ogen niet precies dezelfde kant op kijken. Bovendien zien kinderen met een lui oog minder diepte, waardoor ze makkelijker struikelen en ergens naast grijpen.

Bij het ontstaan van een lui oog spelen erfelijke factoren een rol. Zijn er veel brildragers in de familie of mensen die last hebben van scheelzien of een lui oog? Dan is het risico dat een kind een lui oog ontwikkelt groter.

Het is verstandig om voor het 3e jaar minstens één keer de ogen te laten controleren. Dat gebeurt op het consultatiebureau. Meld het daar als er in de familie veel mensen iets aan hun ogen mankeren. Vermoed je dat je kind een lui oog heeft, dan kan de huisarts je doorverwijzen naar een orthoptist of oogarts.

Afplakken

Bij amblyopie is het belangrijk dat er zo snel mogelijk wordt ingegrepen. Hoe jonger het kind is, hoe groter de kans is dat het luie oog weer normaal gaat werken. De simpelste oplossing is het goede oog afplakken. Zo dwing je de hersenen om het luie oog goed te gaan gebruiken.

Een andere optie zijn pupilverwijdende oogdruppels die het goede oog juist waziger laten zien. Ook dan leert het kind het luie oog te gebruiken. Hoe vaak en hoe lang het oog afgeplakt moet worden, is afhankelijk van de leeftijd en de gezichtsscherpte.

Als het luie oog het gevolg is van een oogaandoening, zal ook deze oogaandoening zelf behandeld moeten worden. Kinderen die een brilsterkteafwijking hebben, hebben een bril of één of twee lenzen nodig. Overigens lost afplakken of druppelen het eventuele scheelzien niet op, daarvoor is een operatie nodig.

Snel behandelen

Afhankelijk van de oorzaak van het luie oog, heeft een behandeling tegen amblyopie na 8 à 12 jaar geen effect meer. Het gezichtsvermogen kan dan niet meer verbeterd worden. Het is dus belangrijk om er vroeg bij te zijn met een lui oog en de voorgeschreven behandeling trouw te volgen.

Bron(nen):