woensdag, 19 januari 2022

Geen cognitieve schade bij alcoholdrinkende jongeren

Zware drinkers en jongeren die alcohol misbruiken, lijken geen verhoogd risico te lopen op een afwijkende ontwikkeling van het cognitieve functioneren. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Sarai Boelema van de Universiteit Utrecht.

De promovenda testte 2.230 jongeren op hun 11e en 19e. Ze verdeelde ze in zes groepen, van niet-drinkers tot zware drinkers. De zware drinkers dronken vier jaar lang minstens één keer per week bij één gelegenheid zes of meer glazen alcohol of meer. Gemiddeld ging het om vijftien glazen per week.

Geen verhoogd risico

Drank bleek geen verhoogd risico op afwijkingen in het cognitief functioneren te geven. "Zelfs niet bij de zware drinkers", aldus Boelema in de Volkskrant. Ook ingewikkelder testen, die probleemoplossend vermogen toetsen, lieten geen verschil zien.

Alleen een kleine en specifieke groep van alcoholafhankelijke meisjes laat een afwijkende rijping van de verdeelde aandacht (het vermogen om de aandacht over twee taken te verdelen) zien, maar het is onduidelijk of dit een momentopname is of dat er sprake is van blijvende schade.

Mogelijk zijn de effecten van alcohol op het zich ontwikkelende brein subtieler dan tot dusver werd aangenomen. Er is meer onderzoek nodig om te begrijpen wat alcohol teweeg brengt in het rijpende brein en hoe zich dit zal uiten in het dagelijks functioneren.

Kritiek

Staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid reageert kritisch op het onderzoek: "Dat alcohol slecht is voor kinderen staat als een paal boven water. Tegenover dit onderzoek staan tal van onderzoeken naar de schade door alcohol bij ongeboren kinderen, door comazuipen, bij kinderen en de relatie met probleemgedrag en onderzoeken naar bijvoorbeeld Korsakov. Ik zal me blijven inzetten om het drankgebruik onder jongeren verder terug te brengen."