dinsdag, 12 november 2019

Zelf je bloeddruk meten

Hoe doe je dat goed?

Heb je ooit gehoord van het witte jassensyndroom? Dit syndroom hangt samen met de nerveuze spanning die iemand krijgt bij de dokter. Met een verhoogde bloeddruk en een vertekende bloeddrukmeting als resultaat. Gelukkig kun je ook thuis je bloeddruk meten.

Voor mensen met een hoog risico op hart- en vaatziekten kan het zinvol zijn om thuis de bloeddruk te meten. Zo kun je je bloeddruk goed in de gaten houden. Dit geldt ook als je al een hart- of vaatziekte hebt of medicijnen slikt voor een hoge bloeddruk. Bij sommige mensen is de bloeddruk tijdens het meten in de huisartsenpraktijk erg wisselend. Vaak kan je huisarts goed inschatten of het voor jou nuttig is om je bloeddruk zelf te meten.

Onder en boven

De bloeddruk bestaat uit twee waarden: de bovendruk en de onderdruk. De bovendruk is de druk die ontstaat wanneer het hart het bloed de slagaderen inpompt en de druk in de bloedvaten dus stijgt.  Dit wordt ook wel systolische bloeddruk genoemd. De bovendruk meet je tijdens het samentrekken van de linker hartkamer.

De onderdruk, of diastolische druk is de druk die ontstaat tussen twee samentrekking van het hart in. Het hart vult zich dan weer met bloed, waardoor de druk in de slagaders daalt.

Bloeddruk meten

Het meten van de bloeddruk kan op verschillende manieren. De meest gebruikte manier thuis is een digitale bloeddrukmeter. De klassieke bloeddrukmeter is met een rubberen slang verbonden aan een dikke band. De band bind je om je bovenarm en die wordt vervolgens opgepompt. De slagaders worden door het pompen volledig afgesloten; de polsslag is daardoor ook niet meer voelbaar.

De band loopt daarna langzaam leeg. Op het moment dat de polsslag weer gevoeld wordt en het bloed dus weer door de aderen loopt, meet het apparaat de bovendruk. Als het bloed weer vrij kan stromen wordt de onderdruk gemeten.

Wat voor bloeddrukmeter?

Natuurlijk is het belangrijk dat een bloeddrukmeter nauwkeurig weergeeft wat je bloeddruk is. Verschillende instituten bekijken de betrouwbaarheid van bloeddrukmeters. De Nederlandse Hartstichting beoordeelt bijvoorbeeld ieder jaar de lijst van het Dabl-instituut. Die laatste testen volgens internationale protocollen de betrouwbaarheid van bloeddrukmeters.

Een bovenarm bloeddrukmeter verdient de voorkeur boven een polsbloeddrukbeter. Een polsbloeddrukmeter moet je altijd ter hoogte van je hart houden. Je kunt dan lastig je arm stil houden en dit heeft weer invloed op de bloeddrukmeting. Meten via de pols is dus gevoeliger voor fouten.

Thuis meten

Voor het meten van de bloeddruk is het belangrijk dat je zeker een half uur rustig aan doet. Vermijd extreme activiteiten als sporten, werken of koud douchen. Ook kun je beter geen koffie drinken of roken. Trek eventueel knellende bovenkleding uit en ga rechtop zitten op een hoge stoel met je benen naast elkaar. Zorg dat je arm zich op harthoogte bevindt en leg je onderarm ontspannen op tafel. Blijf zeker vijf minuten zo zitten zonder te praten en meet daarna je bloeddruk.

Noteer vervolgens de boven- en onderdruk en meet je bloeddruk na twee minuten nog een keer. Schrijf ook die waarde op. Probeer altijd dezelfde arm te meten. In principe maakt het niet uit of je links of rechts doet. Normaal gesproken zou het verschil tussen je armen niet meer dan tien punten mogen zijn. Is dit wel het geval, dan kan dit wijzen op een afwijking.

Wanneer te hoog?

De bloeddrukmeting is een momentopname. Een bloeddruk rond de 120/80 mmHg (millimeter kwikdruk) is normaal. De waarden die je meet kunnen schommelen en dat is heel normaal. Als je bloeddruk af en toe wat hoger is, hoef je je ook echt niet direct zorgen te maken. Wel kun je de situatie van het moment opschrijven, misschien valt daar uiteindelijk een patroon in te ontdekken.

Normaal gesproken is een bloeddruk verhoogd als deze na meerdere keren meten boven de 140/90 mmHg uitkomt. We kijken hierbij vooral naar de bovendruk. Omdat de bloeddruk thuis vaak iets lager is geldt voor een thuismeting gemiddeld 135/90 mmHg. Voor mensen met diabetes geldt een lagere streefwaarde van 130 mmHg, bij 80-plussers wordt 150 tot 160 mmHg als verhoogde bloeddruk gezien.

Naar de dokter

Zelf je bloeddruk meten kan prettig en nodig zijn, maar het is zeker geen vervanging van een arts of verpleegkundige. Een meting door een van hen is nog altijd de gouden standaard. Thuis meten kan wel een mooie aanvulling zijn, zeker als je het regelmatig doet. Alleen door regelmatig je bloeddruk te meten op hetzelfde tijdstip krijg je vergelijkbare waarden. Bij een veel te hoge bloeddruk of bij twijfel, moet je altijd contact zoeken met een arts.

Bron(nen):